
De oranje bruinbandspanner komt voor in open struweel en heggen op de zandgronden.
Het zijn met name bosachtige streken met rozen waar hij te vinden is.
De soort heeft 1 generatie per jaar en vliegt van eind mei tot eind juni.
De vlinder is onmiskenbaar en vliegt in de avondschemering en ’s nachts.
In rust zit hij tegen boomstammen.
De spanwijdte bedraagt 20 – 25 cm.
De rups leeft in mei en juni op bloemen en bladeren
van wilde rozen (o.a. hondsroos en duinroos).
Soms zit hij ook op gekweekte rozen en het is door rozenaanplant
dat de soort zich heeft uitgebreid.
De rups is groen met gele dwars- en lengtestrepen.
Hij heeft een kenmerkende verdikking van eerste twee borstsegmenten,
deze geven de indruk van twee korte hoorntjes achter de kop.
Hij verpopt in een cocon tussen het blad op de rozenstruik.
De soort overwintert als ei.
Terug naar: