
De hoofdvliegtijd van de okergele grasuil ligt tussen begin juni en eind juli.
Hierbij wordt er gevlogen in één generatie.
De vlinder komt practisch alleen nog voor in de duinen van Noord- en Zuid-Holland.
Hij heeft een roodachtig-gele grondkleur zonder witte delen.
De spanwijdte bedraagt 42 – 48 mm.
Zeer gelijkend is de bleke grasworteluil
die pas later gescheiden is van de okergele grasuil.
De vlinder is vaak te zien op bloeiend gras; overdag rust hij op stammen en palen.
De rupsen overwintert en zijn te vinden van de late zomer tot in het voorjaar.
Ze leven van de wortels van grassen en vertoeven daarom
meestal bij de wortelhals van de grasstengel.
Wanneer ze volwassen zijn verpoppen ze in de grond.
Terug naar: