
Het naaldboombeertje lijkt sterk op het glad beertje,
maar vouwt in rust de vleugels bijna volledig over elkaar heen.
Bovendien is niet alleen de kop oranje-achtig, ook het eerste,
tussen de vleugels zichtbare gedeelte van het lichaam is oranje.
Verder is hij met een maximale spanwijdte van ongeveer 36 mm
iets kleiner en lijkt hij door die samengevouwen vleugels veel kleiner.
Net als sommige andere Eilema's komt hij in twee smaken: geligbruin en grijzig.
De rups is te zien van september tot juni, waarbij de kleine rups dus overwintert.
Hij leeft van korstmossen op naaldbomen en wordt tot 25 mm lang.
Zijn lijf is zwart met een brede grijswitte dorsale streep
die onderbroken wordt door zwarte tekentjes op de segmenten 3, 7 en 11.
Hij verpopt zich in een cocon die gesponnen zit
tegen een bast of in een bastspleet.
De soort is behoorlijk zeldzaam en wordt vooral in naaldbossen
op de hoge droge zandgronden aangetroffen.
Slechts sporadisch wordt hij in de duingebieden
en op de Waddeneilanden gezien.
De vlinder heeft een lange vliegtijd: van half april
tot eind september waarbij er slechts één generatie is.
Terug naar: