
Behalve dat ze op spanners lijken, hebben lijnsnuituilen inderdaad allemaal een snuitje.
De lijnsnuituil lijkt op een aantal overeenkomstige soorten,
die je uit elkaar kunt houden door te kijken naar de lijntjes op de vleugels.
De lijnsnuituil heeft een spanwijdte tot 35 mm
en is in de gehele Benelux tamelijk gewoon.
Hij vliegt van half mei tot half oktober in bosachtige gebieden,
zowel op de zandgronden als in lager gelegen gebieden.
Hij is met name te vinden in heggen, open bossen en tuinen.
Jaarlijks zijn er twee generaties.
De larven leven van afgevallen en verdroogde bladeren van veel loofboomsoorten.
Daar is de bruine rups zeer goed gecamoufleerd.
Daarnaast eet hij ook wel planten en grassen.
De bijna volwassen rups overwintert.
De verpopping vindt plaats in een licht spinsel.
Terug naar: