
De vliegtijd van de lindeknotsvlinder ligt tussen begin mei en half augustus.
Gedurende die tijd wordt er gevlogen in één of soms twee generaties.
Op slechts drie plaatsen is het een vrij gewone vlinder:
de duinen van Noord-Holland, de zandgebieden van Gelderland
en het grensgebied van Groningen, Friesland en Drenthe.
Buiten deze gebieden is slechts af en toe een waarneming.
Met name is hij te vinden in bossen en rond hagen in tuinen.
De vlinder heeft een spanwijdte van 28 – 32 mm en is opmerkelijk getekend.
De voorvleugels hebben een bruin-witte grondkleur en vele,
fijne, bruine dwarslijnen.
De achtervleugels zijn witachtig met een violette vlek aan de achterrand.
De bruine rups met de donkerdere tekening heeft een grote wrat
op het achtereinde die lijkt op een knop van een takje van de voedselplant.
Als voedselplanten dienen verschillende loofbomen,
zoals eik, berk en wilg.
Terug naar: