
De vliegtijd van het lindeherculesje ligt tussen half april en half augustus.
In deze tijd zijn er twee generaties.
De vlinder wordt regelmatig in de duinen waargenomen.
In het binnenland is hij ongewoon en zeer verspreid.
In 1970 kwam hij nog uitgebreid voor in Zuid- en Midden-Limburg
maar van die populaties is nu niets meer over.
De vlinder heeft een spanwijdte van 38 – 44 mm met op de vleugels witte merktekens.
Meer herkenbaar zijn de diep geschulpte achtervleugels.
De rups leeft op loofbomen (o.a. berk en eik)
waarbij ze tijdens de rust goed gecamoufleerd zijn.

Terug naar: