
De hoofdvliegtijd van de ligusterstipspanner ligt tussen
begin juni en begin september waarbij er in twee generaties gevlogen wordt.
Het is een ongewone vlinder met in de zuidelijke helft van het land
slechts af en toe een waarneming maar wel is hij vrij gewoon
in de duinen tussen Den Haag en de Belgische grens.
De vlinder heeft een spanwijdte van 26 – 29 mm.
De dwarsbanden op de vleugels lopen in rust
in elkaars verlengde door op de vier vleugels.
De overwinterende rups is te vinden op liguster en rust in 'takjeshouding'.
Hij heeft vier grote, donkere,
maar ook variabele vlekken op beide flanken.
De stigma’s zijn duidelijk en zwart van kleur.
Terug naar: