Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Lieveling

Timandra comae
Spanners

De lieveling is een dagactieve nachtvlinder.
Overdag is de vlinder echter meestal rustend aan te treffen
in de schaduw op boomstammen en bladeren, verscholen onder het lover,
vaak vrij laag bij de grond, soms ook in het gras of in riet.
Alleen op sombere dagen vliegt hij.

De grondkleur van de vleugels verschilt van exemplaar tot exemplaar
en is dus geen herkenningsteken.
Hij is het best te herkennen aan de donker gekleurde banden van voor- en achtervleugel
die in elkaars verlengde liggen en eindigen in de vleugelpunt.

Hij komt in het hele land voor, in tuinen, plantsoenen en houtwallen,
mits er zuring- en duizendknoopsoorten aanwezig zijn.
Dit zijn namelijk de voedselplanten van de rups.
De vlinders vliegen van begin april tot eind november.
Er zijn meerdere, overlappende, generaties per jaar.

De eieren worden afgezet op de voedselplanten.
De rupsentijd is van begin mei tot begin april in het volgende kalenderjaar
en als rups wordt dus de winter doorgebracht.
Door tekening en kleur is hij zeer goed gecamoufleerd.
Hij wordt tot 20 mm lang en heeft een grijsachtig bruin lijf
met veel donkerder bruine vlekken.
De duidelijke dorsale lijn is grijsachtig bruin
evenals diverse schuine lijnen op de rug.
Het lijf loopt spits toe in de richting van de kop;
daardoor ontstaat een cobra-achtig uiterlijk.
De pop hangt in een spinsel vrij tegen de waardplant.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen