
De lichtgrijze uil is in Nederland een zeldzame vlinder
die slechts af en toe wordt geregistreerd en dan verspreid over het hele land.
De tot nu toe geregistreerde uiterste vliegdata zijn
28 augustus en, na de overwintering, 12 mei.
Er wordt gevlogen in één generatie per jaar.
De vlinder heeft een spanwijdte tot 38 mm.
Hij is bijna helemaal grijs, alleen de niervlek
is half opgevuld met geel- tot roodbruin.
Deze niervlek verbleekt in de winter.
De haardracht op torax en schouders zijn kenmerkend voor alle Lithophane-soorten.
Hij heeft een voorkeur voor wilgenkatjes en sleedoornbloesem.
De rups voedt zich met loofbomen waarbij de voorkeur uitgaat naar eik.
Hij is te vinden van midden mei tot midden juni.
Overdag rust hij op bladonderkanten, 's nachts wordt er gegeten.
Evenls veel Lithophne-soorten heeft hij de neiging tot kaniblisme.
De rups ziet er wrattig uit door lichte wratten en borsteltjes.
Hij verpopt in een aardcocon.
Terug naar: