Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Late heideuil

Xestia agathina
Uilen

De tot nu toe geregistreerde vliegdata van de late heide-uil
zijn half augustus en eind september.
Hierbij is er één generatie.
In ons land is het een zeer zeldzame vlinder
met slechts af en toe een waarneming.
In 1990 werden er 50 vlinders gezien in Noord-Brabant
en hij vliegt ook goed in het Fochteloër veen.

Door deze vlinder worden 's nachts heidebloemen bezocht.
Hij heeft een spanwijdte van 28 – 36 mm en is zeer variabel van kleur
waarbij er zowel lichte als donkere vormen zijn.
De achtervleugels zijn grijsachtig bruin met donkere aderen.

Zowel struik- als dopheide dienen als waardplant voor de rups.
Deze is te vinden vanaf augustus tot in juni van het volgende jaar.
Overdag zit hij verstopt onder de heide.
De rups wordt tot 30 mm lang en is zeer variabel.
Hij is vaak olijfgroen met al dan niet onderbroken lichtgele lijnen,
maar ook bruine varianten met zwarte streepjes (onderbroken subdorsale lijnen)
op ieder segment komen voor, en soms ontbreekt de ruglijn totaal.
De rups verpopt in een zwakke aardcocon.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen