Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Kooluil

Mamestra brassicae
Uilen

De kooluil komt in geheel Nederland voor.
Hij leeft vooral in landbouwgebieden en in tuinen
maar staat ook bekend als cultuurvolger.
De soort heeft 2 generaties per jaar en vliegt
van half april tot in oktober.

Het is een variabele soort, onopvallend grijsbruin gekleurd
en mede daardoor eventueel te verwarren met Apamea-soorten.
De spanwijdte varieert van 37 – 45 mm.
De vlinder lijkt ook op de tandjesuil wanneer deze een wat donkere kleur heeft.

De balts van de kooluil is kenmerkend.
Een haarkwastje wordt door het mannetje naar buiten gebracht.
Voor de paring wordt het kwastje helemaal uitgespreid om de lokstoffen
optimaal op de partner over te brengen.
Dit alles is een kwestie van seconden.
Na de koppeling verdwijnt het kwastje in een soort zakje.
Als het nodig is kan het kwastje nogmaals worden gebruikt.

De rups is in bijna alle maanden van het jaar te vinden,
vooral in de zomer en de herfst.
Hij leeft op een groot aantal lage planten,
waaronder koolsoorten en andere kruisbloemigen.
In eerste instantie is hij dag-actief, later doet hij zich
’s nachts tegoed aan de maaltijd.

De rups wordt tot 50 mm lang.
Zijn lijf heeft meerdere tinten bruin of groen met een dunne vage,
donker afgezette dorsale lijn, een donker dorsaal teken
op het licht opgebolde segment 11 en een brede vage stigma-lijn.
De kop is meestal lichtbruin en de stigma's wit, gevat in zwart.
De rups verpopt in een ijl spinsel in de grond.
De pop overwintert.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen