
De vliegtijd van de kompassla-uil valt grotendeels in de maanden juni en juli.
Hierbij vliegt hij in één generatie.
Het is in ons land een zeer zeldzame verschijning.
Slechts op één plaats is er een geringe concentratie:
in Zuid-Holland, direct boven de Biesbos.
Overal elders is hij zeer schaars en in grote gebieden helemaal ontbrekend.
In 1999 werd hij waargenomen bij Tilburg.
De areaalgrens loopt over Nederland.
De vlinder heeft een spanwijdte van ongeveer 33 mm.
Hij lijkt op de tweekleurige uil maar deze mist de
oranjekleurige vlekken en is contrastrijker.
Overdag rust hij op muren e.d.

Er zijn meer rupsvondsten dan vlinderwaarnemingen.
Ze zijn soms zelfs in aantal te vinden op bloemen en zaaddozen
van de waardplant (kompassla en muursla) in de zomer.
De rups wordt tot 35 mm lang en heeft een roodachtig bruin of bleek groen lijf.
Hierop bevindt zich een donkerder dorsale streep
en op ieder segment dorsaal een paar kleine stippen.
De kop is donkerder dan het lijf, de stigma's
zijn klein en zwart en zijn buik is bleek bruin of groen.
Terug naar: