
De kleine manteluil vliegt vanaf begin september
tot, na de overwintering, eind april.
Hierbij is er één generatie.
Er zijn nagenoeg geen recente Nederlandse waarnemingen bekend
maar in 2002 is hij nog gezien in Noord-Brabant.
De vlinder is leisteengrijs met een roodbruin gevulde niervlek.
De haardracht op torax en schouders is kenmerkend voor dit geslacht.
Let bij het onderscheid met de gageluil
op de donkere tekening op buitenhelft van voorvleugel.
De rups voedt zich met loofbomen en is te vinden van eind mei tot begin juli.
Jonge rupsen leven tussen samengesponnen bladeren.
Ze zijn groen met een geelachtige tekening (schutkleur).
Oudere rupsen rusten overdag in bastspleten
en zijn donkerbruin van kleur (schutkleur).
Ze verpoppen in een aardholletje.
Terug naar: