
Er zijn nog slechts vliegplaatsen bekend op de zuidelijke Veluwe.
Dit betreffen pioniersvegetaties op stuifzanden en droge heide.
De voorkeur gaat uit naar heiden met alleenstaande, grote pollen struikheide.
De kleine heivlinder is een honkvaste soort die in één generatie vliegt
van half juli tot half september.
De spanwijdte bedraagt 42 – 50 mm.
De bovenkant van de voorvleugel is zwartgrijs
tot donkerbruin zonder oranje tekening.
De onderkant van de voorvleugels is bruin
met twee ongekernde en geelomrande oogvlekken.
Bij de heidevlinder is daar een oranje veld aanwezig.
Bij het mannetje heeft de onderkant van de achtervleugel lichte en donkere banden,
bij het vrouwtje is de onderkant grijs en vrijwel zonder tekening.

De rupsen, die leven op diverse grassoorten waaronder schapengras
en buntgras, groeien zeer traag.
Ze komen al in september/oktober uit het ei
maar beginnen de volgende lente pas te eten.
De groei vindt dus in het voorjaar en de voorzomer plaats.
De eieren worden afzonderlijk aan dorre grashalmen afgezet
en de pop rust in de bodem.
Terug naar: