
De hoofdvliegtijd van de kersenspinner ligt tussen half juni en begin augustus,
maar nog tot in september wordt er gevlogen.
Jaarlijks zijn er één en soms twee generaties.
Sinds 1980 werd de vlinder nog gezien in Friesland,
de kop van Gelderland en midden Limburg.
De kersenspinner is in ons land dus een zeldzame verschijning.
Door intensivering van de bosbouw, spuiten in boomgaarden
en het rooien van heggen is de soort achteruit gegaan.
De vlinder kan geen voedsel opnemen en sterft
kort na de paring resp. eiafzetting.
De rups is te vinden vanaf september, overwintert vervolgens,
om in het voorjaar uit te groeien.
Hij voedt zich met bomen en struiken, vooral sleedoorn, pruim, kers e.d.
Een rups zittend tegen een takje is bijna niet te ontdekken.

Terug naar: