
De hoofdvliegtijd van de jota-uil ligt tussen half mei en eind juli.
Hierbij vliegt hij in één generatie.
Het is in ons land een niet zo gewone vlinder.
Geringe concentraties bevinden zich in de noordelijke duinen
en het oosten van Friesland.
Overal elders is hij schaars tot helemaal ontbrekend.
De vlinder heeft geen ronde vlek en is met een spanwijdte
van 38 – 46 mm groter dan de donkere jota-uil.
De witte en zilveren vlekken van jota-uil en donkere jota-uil
zijn variabel en ongeschikt voor determinatie;
men dient af te gaan op kleurverschil.
De donkere jota-uil is violet/bruin en zwart,
donkerder en bonter en de jota-uil is roodbruin en roze.
De niervlek is niet zwart maar alleen bruin opgevuld.
De vlinder is schemer- en nachtactief en komt goed op licht.
De rups overwintert en voedt zich met diverse planten waaronder brandnetel.
Terug naar: