
De hoofdvliegtijd van de jeneverbesspanner ligt tussen begin oktober en begin november.
Gedurende deze lorte tijd is er maar één generatie.
De vlinder komt voor op plaatsen waar coniferen groeien
dus ook in bewoonde gebieden.
Veelal is het een gewone soort.
Het is de kleinste van de Nederlandse Thera's.
Het op naam brengen is geen probleem.
Overdag zit de vlinder in jeneverbes of op boomstammen.
In rust houdt hij de vleugels verticaal boven het lichaam;
pas na enige tijd spreiden de vleugels op de ondergrond.
De spanwijdte bedraagt 26 – 29 mm.
De vlinder is gemakkelijk op te jagen.
Het ei overwintert en in mei komt de rups uit het ei.
Hij is groen met gele zijruglijn en rood/witte of rood/gele zijlijnen.
Als voedsel dienen (gekweekte)jeneverbes e.a. coniferen.
De rups vreet en groeit langzaam en verpopt in september.
De pop bevindt zich diep in de struik en is dan nagenoeg onvindbaar.
Hij zit slechts met een paar spinseldraden vastgehecht.
Terug naar: