
De hoofdvliegtijd van de iepengouduil ligt tussen
begin september en eind oktober.
Hierbij is er één generatie.
Het is een vrij ongewone vlinder die lokaal
en verspreid voorkomt in het hele land.
Het is een variabele soort met lichte en donkere vormen.
De spanwijdte bedraagd 32 – 38 mm.
De voorvleugelpunt is niet echt puntig, zoals bij de populierengouduil.
Overdag is hij soms te vinden op stammen en op planten.
Het ei overwintert.
De bruin gekleurde rups is te vinden in mei en juni.
In eerste instantie voedt hij zich uitsluitend met iep.
De rups valt op een gegeven moment met de iepenvruchten
naar de grond en vreet dan verder aan lage planten.
Terug naar: