
Uit het verleden weten we dat het hulstblad vliegt van half april tot half mei.
Hierbij is er één generatie.
Van deze vlinder komen bijna geen meldingen meer binnen
en deze soort behoort dan ook tot de grotere zeldzaamheden.
Alleen in het oosten en zuiden wordt hij af en toe nog gezien.
De vlinder is te vinden op heidestruiken.
Hij kan geen voedsel opnemen en sterft kort na de paring resp. eiafzetting.
De vleugels hebben een spanwijdte van 35 – 40 mm.
In mei worden de eieren afgezet.
De rups (juni tot augustus) voedt zich met bosbes,
wilg e.a. loofbomen.
De pop overwintert.

Terug naar: