
De hoofdvliegtijd van de hoogveenvlekuil ligt tussen half juli
en half september waarbij er in één generatie gevlogen wordt.
Het is een zeldzame vlinder die verspreid over het hele land
kan worden waargenomen.
Hij heeft een voorkeur voor veengebieden dus zijn er lichte concentraties
te vinden in het grensgebied van Friesland en Drenthe
en in de Peel/Noord-Limburg.
Amphipoea-soorten zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden.
De hoogveenvlekuil is variabel in kleur en tekening
en ook de niervlek variëert in kleur en grootte.
De vlinder middelgroot tot groot met een spanwijdte tot 36 mm.
De grondkleur is meestal donker roodbruin, soms ook lichter leerkleurig.
Het is de enige Amphipoea met een echt donkere grondkleur.
Overdag is hij makkelijk op te jagen en vliegt hij ook actief in de zon.
Soms is hij zuigend op grasbloeiwijze aan te treffen.
Het ei overwintert.
De rupsentijd valt van mei tot juli.
Als voedsel dienen grassen, vooral pijpenstrootje en wollegras.
Jonge rupsen vreten aan bladeren, boren in de stengel
of leven op de bloeiwijze.
Later leven ze tussen de wortels zonder spinselbuisjes.
Terug naar: