
De hoofdvliegtijd van de hoekbanddennenspanner ligt tussen eind mei
en begin oktober waarbij er in één generatie gevlogen wordt.
De vlinder komt lokaal en verspreid voor in oost- en zuid-Nederland
en is lokaal in de duinen een gewone soort.
Het is de grootste van de Nederlandse Thera's.
In de binnenband zit de kenmerkende scherpe hoek.
In rust bevinden de vleugels zich verticaal boven het lichaam;
pas na enige tijd spreiden de vleugels op de ondergrond.
Alle thera-rupsen vertonen hetzelfde gedrag en leven in dezelfde habitat.
De kleine rups overwintert.
Hij is groen als de dennennaalden waarop hij zit en heeft dunne,
gele lijntjes over het lichaam.
De kop en de zijkanten van de eerste segmenten zijn roodbruin.
Hij rust op een dennennaald met een bruine kop bij een bruine naaldbasis.
De rups is traag en vreet 's nachts.
Hij groeit langzaam en is in augustus volwassen.
Terug naar: