
De hoofdvliegtijd van de herfstspinner is de maand oktober
en hij vliegt in één generatie.
Het is een soort van Midden-Europa, Pyreneeën,
Skandinavië, Noord-Italië, Balkan en rond de Zwarte Zee.
Van 1956 tot 1993 is deze dagactieve nachtvlinder
niet in ons land waargenomen.
Maar vanaf 1993 is de soort bekend van de Veluwe
en de laatste jaren zijn er ook meldingen uit Noord-Brabant.
Men denkt dat het huidige voorkomen van de herfstspinner
in ons land misschien bepaald wordt door menselijk handelen
(bijvoorbeeld het verplaatsen van grond of plantenmateriaal).
De herfstspinner heeft dus een zeer korte vliegtijd.
Het mannetje vliegt in de zon met flinke snelheid
over de vegetatie, zoals de echte spinners.
Het vrouwtje zit verscholen tussen gras en lage planten en vliegt 's nachts.
De spanwijdte van de vleugels varieert van 28 – 50 mm.
De voelsprieten bij het mannetje lang- en bij het vrouwtje kort gekamd.
Ze zijn bruin van kleur maar worden naar de top toe gelig.
Kop en borststuk zijn roestgeel behaard.
De vleugels zijn zwartachtig bruin met een scherpe, bruinoranje
tot vosrode dwarsband en een vlek met gelijke kleur.
Ook heeft hij gelijk gekleurde franje, dat aan de
breed gebandeerde achtervleugel langer is dan aan de voorvleugel.
De paring duurt circa 20 minuten en vindt plaats in de middag.
Direct na de paring begint de eiafzetting op kale plantenstengels,
eerst in de directe omgeving van de locatie waar de paring plaatsvond,
maar later worden redelijke afstanden afgelegd.
De bruinige, hardschalige eieren worden in groepjes van ongeveer 20 stuks afgezet.
De hele eiafzetting van circa 400 stuks vindt plaats in één middag.
De eitjes overwinteren en door schimmel worden veel eieren aangetast.
Het vrouwtje kiest daarom vooral gladde en kale stengels uit,
omdat op harige stengels veel vocht achterblijft.

Als voedselplant voor de rups dienen diverse
vertegenwoordigers van de composietenfamilie.
In Nederland zijn als zodanig alleen enkele gele composieten bekend
(biggenkruid, paardenbloem en muizenoortje).
De rups is te vinden in mei en juni.
De volwassen rups is donkerbruin met geelachtige, bruine haren
en op de rug bevindt zich een gelig dwarsstreepje op ieder segment.
Hij verpopt in een holte in de grond dicht aan de oppervlakte.
Overbemesting is funest voor het leefgebied van de herfstspinner.
Terug naar: