
De halvemaanvlinder is niet alleen een nauwe verwant van het herculesje,
hij zit soms ook met de vleugels volledig opgeklapt.
Vaker nog zie je hem met de vleugels half open.
Hij is iets kleiner dan het herculesje (tot 38 mm)
en is te zien van maart tot augustus.
Jaarlijks zijn er twee generaties.
Net als bij het herculesje zijn er twee duidelijk te onderscheiden vormen:
de voorjaarsgeneratie bestaat uit grote dieren die contrastrijk getekend zijn.
De zomergeneratie bestaat uit kleinere dieren die veel bruiner en minder contrastrijk zijn.
De vleugels zijn aan de basis kastanje-kleurig tot purperzwart.
In het midden hebben ze een roestrode dwarsband
met daarin een witte halvemaanvlek.
De vleugeltop is afgesneden.
De onderkant lijkt op een dood blad.

De rupsen vinden we vooral op eik, beuk en berk.
De vlinder is te vinden in bosachtige streken op de Veluwe,
in het Gooi, in Limburg en in Brabant.
Ook in de duinen komt hij wel voor maar niet boven Castricum.
In het noorden en noordwesten van het land is hij afwezig.

Terug naar: