
De hoofdvliegtijd van de grijze grasuil ligt tussen eind mei
en eind juli en betreft één generatie.
Het is een vrij gewone soort van de Waddeneilanden,
van de duinen en van de zandgronden in het binnenland.
De relatief brede vleugels vormen een spanwijdte tot 38 mm.
Er bevinden zich geen zwarte stippen op de voorvleugels.
De vlinder is vooral te vinden op bloeiend gras.
De rupsen zijn te vinden in riet en grassen waarmee ze zich voeden
maar er zijn weinig rupswaarnemingen.
Voor de overwintering zit de rups bovenin de grassen,
in het voorjaar rusten ze overdag dicht bij de bodem in de kruidlaag
en komen ze 's nachts te voorschijn om te eten.
Ze verpoppen in een aardholletje.
Terug naar: