
De hoofdvliegtijd van de groenige orvlinder ligt in de maanden april en mei.
De vlinder komt op beperkte schaal voor op de zandgronden
in het oosten van ons land en nergens is hij gewoon.
Hij laat zich makkelijk aantrekken door licht.
Alleen verse exemplaren hebben een groene gloed.
De vlinder kan overdag rustend tegen boomstammen worden gevonden.
Hij heeft een spanwijdte van 30 – 35 mm.
De rups is opmerkelijk geel met lichte wratjes,
zwarte puntjes en grijze streepjes.
Hij heeft een oranje kop.
De rups is te vinden op eik maar hij wordt echter weinig gezien.

Terug naar: