
De groene korstmosuil vliegt van half juni tot eind augustus in één generatie.
Het is een nogal ongewone vlinder die vrijwel uitsluitend
onder de lijn Leiden - Enschede wordt waargenomen;
maar ook daar is hij ongewoon en verspreid.
De verse vlinder is lichtgroen, later verbleekt dit,
hij kan echter ook flink donker zijn.
Hij heeft een vleugelspanwijdte van 27 – 34 mm
en is daarmee groter dan de lichte korstmosuil.
De zwarte basale dwarslijn bereikt de voorvleugelbinnenrand niet
en eindigt daar in een boog.
Het uiterlijk van vlinder en rups van de Cryphia's
is afgestemd op het leven met korstmossen.
De rups is blauwzwart met een blauw-witte rugtekening en een roodachtige buikzijde.
Hij is te vinden vanaf maart tot eind mei.
Rupsen verlaten hun onderkomen pas na middernacht als de korstmossen
wat zachter en dus eetbaarder zijn geworden door de dauw.
Ook bij regen overdag (zachte korstmos) gaan ze wel fourageren.
Ze verpoppen zich ook in het onderkomen.
Terug naar: