
Deze zeldzame vlinder is de grootste ondersoort van de vuurvlinders.
Hij komt nog voor in de Rottige Meenthe, Weerribben en Wieden,
dus Noordwest Overijssel en Zuidoost Friesland.
Verder nergens anders op de hele wereld!
Dit betreft de grote ondersoort batava.
In Zuid Belgie en Luxemburg komt de kleinste ondersoort, carueli, voor
en in Duitsland de ondersoort rutila.
De in nederland levende ondersoort werd hier pas in 1915 ontdekt.
Waarschijnlijk fladderen ze al veel langer hier rond,
maar in onopvallende kleine aantallen.
De bovenkant van de vleugels is bij het mannetje glanzend oranje
met op de voorvleugel twee zwarte vlekjes.
Bij de vrouwtjes is de bovenkant van de voorvleugel oranje met zwarte vlekken,
de bovenkant van de achtervleugel is bruin met een oranje submarginale band.
De grondkleur van de onderkant van de achtervleugel is lichtblauw.
Geen enkele andere vuurvlinder heeft een lichtblauwe vleugelonderkant.

De mannetjesvlinder verdedigt agressief een vrij groot leefgebied
en weert daar de soortgenoten van hetzelfde geslacht.
Dit territorium kan wel een hectare groot zijn.
Als er een vrouwtje in de buurt komt dat nog niet gepaard heeft,
kan er een bruidsvlucht volgen:
ze vliegen dan in grote cirkels om elkaar heen buitelend door de lucht.
Na de paring die meer dan een half uur duurt, kan het vrouwtje eitjes leggen.
Ook als de zomer niet zo goed is en als er maar net genoeg bloemen zijn
waaruit de vlinders nectar kunnen peuren, leggen ze nog
voldoende eitjes om het voortbestaan van de soort te garanderen.
De levenswijze van de grote vuurvlinder is als volgt:
eitjes worden in de zomer gelegd op de voedselplant, de waterzuring.
Ze worden afzonderlijk of in rijtjes afgezet
bij voorkeur langs de middennerf op de bovenzijde van het blad.
Ze zijn zijn rond en plat met zes of zeven stervormige ribbels.
De rupsjes eten eerst van het bladweefsel aan de onderkant van de bladeren
en veroorzaken daardoor zogenaamde 'vensters'.
Later wordt vooral van de bovenzijde gegeten.
Ze hebben voorkeur voor jonge, gave bladeren.
Tot half september wordt er gegeten, daarna gaan de rupsen in winterrust.
Ze verkleuren, krijgen precies dezelfde kleur als de plant waarop ze leven
en kruipen goed weg tussen de omgekrulde randen van de dode bladeren.
Niet te vinden dus.
Omstreeks half april worden ze weer wakker en beginnen te eten en te groeien.
Ze worden tot 20 mm groot en zijn slakachtig lichtgroen
met op de rug meer geelachtig.
Het lijf is bezet met kleine knobbeltjes ieder met wat witte beharing.
De rupsen kunnen worden verwisseld met vrij algemene bladwesplarven.
Deze larven hebben echter geen beharing en zes langere poten.

In juni verpoppen ze, nog steeds op dezelfde plant.
Daartoe spint de rups een matje van zijde op een blad,
maakt zich vast met een gordeldraad en zijn huid wordt dan hard.
Ongeveer vanaf begin juli komen de vlinders uit de pop.
Het gaat het de laatste jaren helemaal niet goed met dit fraaie diertje.
Er zijn mogelijk verschillende oorzaken voor de achteruitgang.
Milieuvervuiling, verdroging, verzuring en verdergaande verlanding
van geschikte levensgebieden zijn hier waarschijnlijk de oorzaak van.
De plaatsen waar de vlinder de benodigde waterzuring vindt,
zijn voedselrijke en natte, niet-zure plaatsen waar ooit turf gestoken is,
maar die in de loop der tijd zijn dichtgegroeid (=verland).
Er zijn minder geschikte plaatsen voor de vlinder overgebleven.
Verder moeten er tijdens de eilegperiode voldoende
bloeiende nectarplanten zijn om in leven te kunnen blijven
en moeten de planten waarop de rupsen leven, niet afgemaaid worden.
Dit heeft duidelijk rechtstreeks verband met het beheer
door middel van maaien en rietsnijden.
Voortbestaan van de kostbare vuurvlinder is geheel afhankelijk van het toevallig overleven
op een plekje dat met maaien is overgeslagen of van goedwillende beheerders
die de planten met rupsen laten staan.
Er om heen maaien is echter lastig en tijdrovend werken
en ze moeten dat op eigen kosten doen.
Er staat geen vergoeding voor de extra tijd en het niet-gemaaide riet tegenover.
Degenen die dat doen verdienen een dikke pluim.
Terug naar: