
De hoofdvliegtijd van het groot visstaartje ligt tussen half juni en half augustus.
Hij vliegt in één, wellicht in twee generaties.
Ondanks zijn geringe afmetingen wordt hij toch vrij vaak gerapporteerd.
Het is een soort van de duinen en van de hogere zandgronden.
De vlinder heeft een spanwijdte van 28 – 24 mm.
Hij kan met het licht visstaartje verwisseld worden maar het groot visstaartje
is gemiddeld groter en heeft bredere vleugels.
De grondkleur varieert in het middenveld van wittig tot donkerbruin
waarbij in de regel de centrale middenschaduw het donkerste tekeningselement is.
De buitenste dwarslijn is niet donker maar wit, bij het licht visstaartje bruin.
Het vrouwtje heeft grijsbruine achtervleugels.
De overwinterende rups leeft van augustus tot juni
en is te vinden op braam, framboos en bosbes.
Hij wordt tot 20 mm lang en heeft een bleek lichtgeel lijf
met donkerder subdorsale lijnen en wratjes met donkere basis op segment 2 tot 6.
De beharing is lang en meestal bleek grijs van kleur.
Het eerste paar buikpoten ontbreekt.
Hij verpopt in een stevige cocon op stengel, stam of plantenresten.
Terug naar: