Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Groot geaderd witje

Aporia crataegi
Witjes

Het groot geaderd witje is te vinden in struwelen, bosranden,
heggen, lichte bossen in warme dalen en boomgaarden.
Na 1981 zijn er geen populaties meer in ons land
en hij wordt tegenwoordig alleen nog als zwerver gezien.
Nederland bevindt zich aan de rand van het areaal.
In Zuidoost-België en Zuid-Duitsland kunnen ze nog
in grote getale worden waargenomen.
Het is een weinig honkvaste soort, vliegend van eind mei
tot eind juli in één generatie.

De vleugelspanwijdte bedraagt 50 – 65 mm.
De zwarte voorvleugeladers zijn op de boven- en onderkant duidelijk te zien.
Er zijn geen zwarte vlekken op de vleugels.
Bij het mannetje zijn de voorvleugels wit beschubd,
bij de vrouwtjes zijn ze vrijwel kaal en doorzichtig.
De vlinders hebben een duidelijke voorkeur voor distels.

De eieren worden in groepjes op de bladeren van de voedselplant afgezet.
De zeer donker gekleurde rups leeft op de meidoorn,
pruimensoorten, lijsterbes en sleedoorn.
De rupsen groeien in de zomer en de daarop volgende lente.
Jonge rupsen leven gemeenschappelijk in een spinsel aan een twijgje
van de voedselplant en verlaten dat in april na de gezamenlijke overwintering.
De rups wordt tot 35 mm lang.
Zijn lijf is glimmend grijs-zwart aan de flanken
en fluweel-zwart met oranje tekens op de rug.
Het is helemaal bedekt met haren en de kop is glimmend zwart.
De rups verpot zich in een gordelpop aan een tak.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen