
De hoofdvliegtijd van het grasbeertje ligt tussen begin juni en eind augustus.
Hierbij wordt er gevlogen in één generatie.
Vroeger werd van de vlinder vermeld dat het een gewone soort was
van alle zandgronden met voorkeur voor de duinen.
Dit laatste klopt ook nu nog wel maar hij is nu zeker niet meer
zo verbreid en gewoon in de rest van ons land.
In de duinen en op de Waddeneilanden is hij nog steeds frequent aanwezig.
De vlinder heeft een spanwijdte van 30 – 35 mm.
De vlinders in heidegebieden zijn donkerder dan de exemplaren
die in de duinen voorkomen en de tekening variëert per exemplaar.
Overdag rust de vlinder tegen grashalmen maar opgejaagde vlinders
zijn ook overdag vliegend waar te nemen.
De vlinder kan geen voedsel opnemen.

De rups is te zien vanaf augustus, hij overwintert en daarna
is hij nog tot juni aan te treffen op grassen en lage planten.
Hij wordt tot 30 mm lang, heeft een donker bruin lijf
met een grijzig witte dorsale lijn.
De zijkanten zijn roodachtig bruin en hij heeft een lange
zwarte en grijze beharing.
Terug naar: