Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Granietuil

Lycophotia porphyrea
Uilen

De hoofdvliegtijd van de granietuil ligt tussen begin juni en half augustus,
maar tot in september zijn de vlinders nog wel te zien.
Jaarlijks is er één generatie.
De granietuil is een gewone soort op de Waddeneilanden,
in de noordelijke duinen, in het grensgebied van Groningen,
Friesland en Drenthe, op de zandgronden van Gelderland,
op de Utrechtse heuvelrug, in de Peel en in Noord-Limburg.
Buiten deze gebieden is hij ongewoon en niet zelden helemaal ontbrekend.

De vlinder heeft een spanwijdte tot 30 mm.
Hij bezoekt ’s nachts vaak bloeiende heide.
Soms vliegt hij overdag in de volle zon
en hij is makkelijk op te jagen uit de vegetatie.

De overwinterende rups voedt zich met struik- en dopheide.
Hij is te zien vanaf augustus tot in mei.
Jonge rupsen in de herfst zitten vrij op de waardplant,
in het voorjaar houden ze zich meer verscholen
en zijn ze alleen in de nacht actief.
Tijdens de overwintering verblijft hij onder plantafval.
Hij is dan al bijna volgroeid.

De rups wordt tot 30 mm lang en heeft een roodachtig bruin lijf.
Hierop zitten een reeks forse, witte tekentjes gevat in donker bruin
op de segmenten 4 t/m 11 op de rug en (kenmerkend)
geelachtig witte subdorsale tekentjes.
De rups verpopt in een ijle cocon dicht bij de grond.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen