
De gewone silene-uil is een niet zo gewone en verspreid
voorkomende vlinder van de duinen en van de zandgronden.
Hij vliegt in de maanden april t/m september
waarbij er twee en soms drie generaties zijn.
De vlinder heeft een spanwijdte van 30 – 40 mm
en is iets groter dan de variabele silene-uil.
De niervlek en ronde vlek raken elkaar niet en vormen dus geen V.
Hij heeft een kenmerkende zwarte vlek aan de binnenrand van de voorvleugel.
De zwarte pijlvlekken bij de booglijn zijn minder duidelijk
in tegenstelling tot die van de variabele silene-uil.
De vlinder is in de schemering zuigend op bloemen aan te treffen,
overdag zit hij verborgen in de vegetatie.
De eiafzetting vindt stuk voor stuk plaats in de verse bloemen van (gekweekte) anjers.
Is er al een eitje aanwezig dan gaat de afzetting niet door.
De rupen leven van juni tot september.
Ze voeden zich met rijpende zaden en meerdere keren
wordt er van zaaddoos gewisseld.
Soms is de soort schadelijk in kwekerijen van anjerzaad;
de nazaten van één vrouwtje kunnen wel 500 zaaddozen verteren.
Terug naar: