
De gewone grasuil vliegt in één generatie van begin juli tot half september.
In grote delen van ons land is het een gewone vlinder
maar op de kleigronden is hij schaars of ontbrekend.
De vlinder is variabel in kleur en tekening en heeft een spanwijdte van 30 – 35 mm.
De zwarte streep middenop de vleugel is lang niet altijd aanwezig.
Overdag zit hij wel rustend op grashalmen.
Zijn zuigsnuit is weinig ontwikkeld maar hij kan er wel
waterdruppels mee aanzuigen.
De rups is te vinden vanaf september en overwintert.
Jonge rupsen leven in grashalmen die uitgevreten worden.
Na de overwintering leeft hij onderin de planten, in de wortels.
Dor wordende planten verraden de rups.
In juni verpopt hij op de grond in een langgerekt slangvormig spinsel.
Terug naar: