Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Gewone dwergspanner

Eupithecia vulgata
Spanners

De gewone dwergspanner vliegt begin maart en half september
maar de hoofdvliegtijd is van half mei tot begin juli.
Jaarlijks is er één generatie.

De gewone dwergspanner heeft een spanwijdte tot 18 mm, is vrij variabel,
maar het meest kenmerkende is wel de zeer kleine,
maar meestal toch wel aanwezige stigmavlek en de roodbruine grondkleur
met vele fijne dwarslijntjes, gevormd door zwarte en witte vlekjes op de aderen.
Zeer kenmerkend is ook de witte golflijn met een witte tornusvlek.
Hoe vaag getekend of afgevlogen de vlinder soms ook is,
deze golflijn blijft vaak als laatste goed zichtbaar.
Een lichte band loopt tussen golflijn en stigmavlek
en maakt een zigzagbocht voor de voorrand.

Ook op de achtervleugels bevinden zich lijnen
en lijkt de witte golflijn te worden voortgezet.
Al met al een redelijk goed herkenbare soort, maar in de praktijk
blijkt dat de gewone dwergspanner toch als 'moeilijk' wordt ervaren.
Vulgata betekent gewoon, algemeen.

De weinig kieskeurige levenswijze van de rupsen
maakt dat de vlinder wijd verbreid is over heel Nederland.
Er is bijna geen biotoop aan te wijzen waar de vlinder niet zou kunnen voorkomen.
Het is een van onze algemeenste soorten die bovendien gemakkelijk op licht komt.

De rups is dus zeer polyfaag op allerlei soorten verlept of verdroogd loof
onder planten of in de vruchten van kleine kruidachtige planten.
Ze vreten zelden van bladeren of bloemen van levende planten.
Ook zijn ze bekend van composthopen e.d.
Gedrag, uiterlijk en vraatvoorkeur heeft wel wat weg van dat van Idaea-rupsen;
ook zij krommen zich spiraalvormig bij verstoring.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen