Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Gevlamde vlinder

Endromis versicolora
Berkenspinners

De hoofdvliegtijd van de gevlamde vlinder ligt tussen half maart en eind april.
De activiteiten van de vlinder vallen samen met de eerste warme lentedagen.
Jaarlijks is er één generatie.
Het is een vlinder die in bossen leeft en dan vooral
in bossen op de zandgronden.
Een flink deel van de verspreiding concentreert zich
in het centrale deel van Gelderland.
Daarnaast zijn er nog een aantal verspreid liggende vliegplaatsen,
maar in het westen en noorden komt de gevlamde vlinder (bijna) niet voor.

Het mannetje vliegt met grote snelheid in de zon.
Het vrouwtje vliegt in de schemering.
Vlinders worden niet vaak gezien vanwege snelle vlucht en goede schutkleur.
De spanwijdte variëert tussen 50 – 60 mm.

De voorvleugels bij het mannetje zijn roodbruin, bij vrouwtje lichtbruin
met donkere banden en witte strepen.
Er bevinden zich 3 driehoekige, witte vlekken voor de vleugelpunt.
De vrouwtjes zitten dicht bij de bodem of tot op ca. 1,5 m hoog
in de vegetatie en lokken de zeer onstuimig vliegende mannetjes aan.

De eitjes worden 's nachts in groepjes afgezet in de avond tegen vooral berkentwijgen.
De rupsen zijn te vinden van mei tot juli.
Jonge rupsen zijn zwart, leven in groepjes en nemen bij gevaar
allen dezelfde schrikhouding aan waarbij ze synchroon bewegen.
In rusthouding wordt het voorste lichaamsdeel bijna 90° naar achteren gebogen.

Later leeft de rups solitair.
Hij wordt tot 60 mm lang, heeft een rolrond lijf
dat geelachtig groen is met een duidelijke bubbel op het laatste segment
en schuine, gele/witte strepen over het hele lichaam.
Qua uiterlijk lijken ze wel op pijlstaartrupsen.
Als voedselplanten dienen loofbomen waarbij de voorkeur uitgaat naar berk.
De bodempop overwintert soms meerdere keren.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen