
De geveerde witvleugeluil vliegt rond september in één generatie.
Hij wordt uitsluitend waargenomen in de duinen van Zeeland
en in die van het zuiden van Zuid-Holland.
Overal elders ontbreekt deze vlinder.
De vlinder heeft een spanwijdte van 36 – 42 mm.
De Aporophyla's komen matig op licht.
Ze leven op droge, zonnige heiden en in ijle bossen.
Alle soorten uit deze familie zijn zeldzaam en hebben een korte vliegtijd.
Lage planten en grassen dienen als voedselplanten
voor de overwinterende rupsen.
Terug naar: