
De gestippelde rietboorder vliegt in één generatie vanaf juni tot half september.
In het westen van het land is het een vrij gewone vlinder.
In het oosten is hij ongewoon en verspreid voorkomend.
De in kolonies levende vlinder is nachtactief
en wordt aangetrokken door licht.
Hij heeft een spanwijdte tot 32 mm.
De witte vlek bestaat vaak uit twee delen,
maar dit is lang niet altijd het geval.
De eitjes worden afgezet in een rijtje op dode rietdelen
en op deze manier wordt de winter doorgebracht.
De rupsen zijn te zien in mei en juni.
Jonge rupsen gaan uit elkaar en boren zich in het riet.
Ze wisselen meerdere keren van gastplant.
Ze verpoppen zich in lage stengeldelen, het uitkruipgat wordt voorbereid.
De inkruipgaten zijn herkenbaar aan de bruine streep naar onderen
(vloeistof van de plant met poep van de rups).
Bezette planten zijn herkenbaar aan verdorde plantbovenkant,
het lage deel blijft gezond.
Terug naar: