
De geoogde bandspanner is in het hele land een gewone vlinder.
In kleigebieden echter is hij ongewoon of zelfs helemaal ontbrekend.
De hoofdvliegtijd ligt tussen begin mei en eind juli,
met een uitloop in augusten en zelfs september.
Hierbij wordt er in twee generaties gevlogen.
Deze nachtvlinder vliegt vanaf de namiddag tot in de schemering.
In rust is hij te vinden op stammen of bladeren en is gemakkelijk te verstoren.
Ook op lampen en muren wordt hij vaak aangetroffen.
De vlinder heeft een spanwijdte van 24 – 28 mm
en een witachtige grondkleur.
De band varieert in grootte en kleur en kan
tot een veeg zijn gereduceerd en zelfs helemaal ontbreken.
Hij heeft een donkere middenband met 'oogje'.
De overwinterende rups is te vinden vanaf augustus tot in mei.
Wanneer hij rust neemt hij de 'takjeshouding' aan.
Overdag zit hij bewegingsloos in het gras.
Het rupsenlijf heeft zwartige, onderbroken, licht afgezette zijstrepen
en een dunne, zwarte, in vlekken overgaande rugstreep.
Het laatste pootpaar is opvallend geel en steekt af tegen bruinachtig lijf.
Als voedsel dienen lage planten en struiken waaronder bijvoorbeeld walstro.
Terug naar: