Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Gehakkelde aurelia

Polygonia c-album
Aurelia’s

tweede generatie

Een wel heel bijzondere schoenlapper is de gehakkelde aurelia.
Waar dat 'gehakkel' in de naam vandaan komt is wel duidelijk:
de vleugels zijn bijzonder onregelmatig van vorm.
Het lijkt wel of het dier uit heel wat vogelsnavels heeft weten te ontsnappen.
Door de bijzondere vorm van de vleugels kun je de vlinder niet met andere soorten verwarren.
Die gehakkelde vleugelranden zijn in feite niets meer dan een perfect
camouflagemiddel dat zich door natuurlijke selectie heeft ontwikkeld.

Het is heel moeilijk om de kleuren van de vlinder precies te beschrijven,
want deze blijken per geval te kunnen verschillen!
Daarnaast heeft de eerste generatie een lichtbruine onderzijde
en is die van de tweede generatie bijna zwart.
Op de onderkant van de achtervleugels bevindt zich een kleine witte C.
De dieren met een donkere vleugelrand overwinteren.
De winter wordt doorgebracht in struikgewas, in bomen
en soms ook op koele en vochtige plaatsen in gebouwen.

De gehakkelde aurelia is een algemene soort die zich na 1990
sterk in noordelijke richting heeft uitgebreid.
Met name langs bosranden, heggen en houtwallen is de zwerflustige soort te vinden.
Hier zijn ze te zien in het vroege voorjaar en vanaf half juni
tot in de winter waarin er in twee overlappende generaties gevlogen wordt.
De vlinder drinkt o.a. de nectar van bramen, knoopkruid, asters en distels.

De vlinder kan zich urenlang zonnebaden en dat is het moment dat je hem in al zijn pracht kunt zien.
Hij leeft in een gebiedje van niet meer dan een paar vierkante meter.
Daar zit hij vanaf een favoriete uitkijkpost, vorstelijk naar het lijkt,
uit te kijken over zijn 'imperium'.

De rups wordt tot 35 mm lang.
Zijn lijf is grijsachtig met oranjebruine uitsteeksels
en hij heeft een zwarte kop.
Op de achterkant van de rug zijn de uitsteeksels wit.
De gevorkte doorns zijn ook oranje of wit.
Het zijn met name grote brandnetel, hop, ribes en iep
die als voedselplant dienst doen.
De eitjes worden één voor één (max. 300) op een bladrand afgezet.
Kleine rupsjes leven aan de onderkant van de bladeren.
Nadat ze de schijn van een vogelpoepje hebben aangenomen leven ze
op de bovenkant van de bladeren.
Ze vormen geen groepen maar leven solitair.
De donkerbruine pop hangt aan de voedselplant
en heeft goud- of zilverkleurige vlekken.
De generatie vlinders die hieruit voortkomt is donkerder van kleur dan hun ouders.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen