
Het geel spannertje vliegt van half mei tot eind juli in één generatie.
In bomenrijke gebieden is het een gewone vlinder
maar hij is schaars of helemaal ontbrekend in de kleigebieden.
Het is een zeer mobiele soort met een spanwijdte van 14 – 20 mm.
Door grootte, kleur en tekening is hij onmiskenbaar.
De rupsen zijn te vinden in september.
Ze leven op els op de onderzijde van het blad
langgerekt langs de middennerf en spinnen draden van bladsteel naar bladpunt.
Dat vormt een soort nestje en vandaar uit fourageren ze in de nacht.
Daarnaast leven ze ook wel in elzenkatjes.
Terug naar: