
De essengouduil vliegt in augustus en september in één generatie.
Het is in ons land een ongewone vlinder hoewel hij vrij gewoon is
in het zuidwesten van het land en plaatselijk in Noord-Limburg.
De essengouduil is elders in de zuidelijke helft van Nederland schaars
en komt in de noordelijke helft nauwelijks voor.
De vlinder is okergeel en heeft een spanwijdte tot 36 mm.
Overdag zit hij rustend op een stam of in de nabije vegetatie.
Het ei, dicht bij een knop afgezet, overwintert.
De eirups boort zich in de knoppen (van es en iep) en de jonge rups leeft in de knop.
Oudere rupsen houden zich overdag verborgen op de bodem
of onder op de stam en in de avond klimmen ze omhoog tegen de bomen voor voedsel.
Hij verpopt zich uiteindelijk in de bodem.

Terug naar: