Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Eikenprocessierups

Thaumetopoea processionea
Tandvlinders

De vlinder van de eikenprocessierups vliegt van begin juli
tot half september waarbij er één generatie is.
Tussen 1900 en 1980 is deze vlinder slechts een paar keer
in ons land gesignaleerd maar sinds 1983 komt hij volop voor in Zuid-Nederland.
Langzamerhand zwermt hij steeds meer uit in noordelijke en westelijke richting.
De eikenprocessierups komt plaatselijk massaal voor in eikenbossen
en vooral in eikenlanen met voorkeur voor oude bomen.

De vlinder heeft een spanwijdte van 25-35 mm.
Hij ziet er onopvallend uit, de voorvleugels hebben een onduidelijke,
donkergrijze lijntekening, de achtervleugels zijn vuilwit.
De vlinders leven overdag verborgen en worden ’s nachts
aangetrokken door licht.
De mannetjes zwerven.

Het ei overwintert.
De rupsen (mei en juni) leven in spinselnestennesten
die soms flinke buidels kunnen worden.
In de nacht gaan de rupsen in processie naar de voedselplaatsen (eik).
De lange kop- en achterlijfsharen maken het processiegedrag mogelijk.
Is de processie bij jonge rupsen nog een rij breed, later vele rupsen naast elkaar.
De rups wordt tot 25 mm lang, heeft een grijs lijf
met een zwartachtig grijze rugstreep.
De witte beharing staat op roodachtig oranje wratten.

Deze brandharen laten makkelijk los en kunnen door de wind worden verspreid.
De haren roepen bij mens en dier zeer zware, allergische reacties op.
De irritaties bestaan uit een onaangenaam jeukerig gevoel
met daaraan verbonden zwellingen en rode huiduitslag,
die zich over het hele lichaam kunnen uitbreiden.
Ook koorts, ademnood en zware oogirritaties kunnen optreden.
Het is hierdoor dat de rups steeds weer negatief in het nieuws komt.
De rups verpopt in spinsel op of in de grond.
Voor dieren (vooral honden) kan aanraking met de spinsels
van de rupsen dodelijk zijn.


 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen