
De eikenoogspanner is in ons land een ongewone vlinder
met een zeer lokale verspreiding: de noordelijke duinen,
de Utrechtse heuvelrug en het noorden van Limburg.
Er zijn bijna geen waarnemingen buiten deze gebieden.
Hij vliegt in de maanden mei tot in augustus in twee generaties.
De vleugels hebben een spanwijdte van 25 – 30 mm.
De grondkleur van de vlinder is variabel: geelachtig tot roodachtig bruin.
De middenschaduw is dikwijls breed, onduidelijk verwaterd
of gedeeltelijk afwezig en vaak vormt hij geen rechte lijn.
De dwarslijn heeft de vorm van een stippenrij.
Vaak bevinden zich roodachtig tot grijze vlekken in het zoomveld.
Er zitten duidelijke, grote, donker omrande,
witte middenpunten op beide vleugels.
De rupsen kennen groen tot bruinachtig geel van kleur zijn.
De voedselplant van de rupsen wordt gevormd door eik.
Alle Cyclophora's maken gordelpoppen die overwinteren.
Terug naar: