Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Eekhoorn

Stauropus fagi
Tandspinners

De eekhoorn is tamelijk opvallend, omdat vaak de achtervleugels
aan de onder- en zijkanten van de voorvleugels uitsteken.
Hierdoor lijkt het dier niet alleen groot, maar ook erg breed.
Overigens is de spanwijdte behoorlijk variabel: ergens tussen 55 en 70 mm.
De voorvleugels zijn tamelijk lang en smal,
grijsbruin tot donkerbruin van kleur met een lichte, maar fletse,
getande dwarsband en een paar donkere punten voor de rand.
Aan de basis hebben de achtervleugels dezelfde tekening
als die van de voorvleugels.

In rust zit de vlinder vaak tegen boomstammen.
Net als bij de andere tandspinners worden in rust de voorpootjes vooruit gestoken.
De vliegtijd is van eind april tot augustus.
De mannetjes komen graag op licht af,
de vrouwtjes krijg je maar zelden te zien.

Jaarlijks is er één generatie.
De rupsen (tot 65 mm) zijn te zien van juni tot september.
Ze zien er krankzinnig uit, met twee omhoogstekende staartjes
(i.p.v. nachuivers) aan het sterk opgezwollen achterlijf.
Het lijf is roodachtig bruin met een grote kop
en hoge bulten op de segmenten 4 tot 7.

Als het dier zich bedreigd voelt, wordt het achterlijf
over de rest van het lichaam geklapt.
Ook de kop wordt dan omhooggehouden.
En dan worden ook de zeer lange voorpoten goed zichtbaar,
vandaar de naam 'eekhoorn'.
De jonge rupsen lijken op mieren.
Het is een van de weinige rupsen die gek is op water.
Je vindt ze op allerlei loofbomen, zoals hazelaar,
eik en berk, maar vooral op beuk.
De pop overwintert in ijl spinsel tussen bladeren op de grond.

In Nederland is het een lokale soort die vooral wordt gevonden
in de bossen in de kuststreek van Noord-Holland,
Gelderland (Veluwe en delen van de Achterhoek),
Drente en Overijssel (vooral Twente).
De vlinder is merkwaardigerwijze tamelijk zeldzaam in Brabant en Limburg.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen