
De dwerghuismoeder komt in een groot deel van Nederland voor
en niet alleen op de zandgronden.
Plaatselijk kan het een gewone soort zijn die vliegt
in één generatie, van eind april tot begin juli.
Hij is te vinden in tuinen, onbemeste, rijkbloeiende weiden en wegbermen.
De spanwijdte bedraagt 15 – 24 mm.
De voorvleugels zijn donkerbruin met een grijze menging.
De zwarte achtervleugels hebben een brede, gele band.
De vlinder lijkt een micro te zijn van het geslacht Pyrausta;
hij heeft echter nooit geel of purper op de voorvleugel.
De soort hoort tot de nachtvlinders maar hij is alleen overdag actief.
Hij vliegt razendsnel in de zon en bezoekt (weide)bloemen.
Zodra een wolk voor de zon komt, duiken ze weg onder de bloemen.
De mannetjes vliegen tot begin van de middag, de vrouwtjes langer.
Ze zitten graag te zonnen met gespreide vleugels.
De eiafzetting vindt plaats in april/mei.
De rupsen leven van de bloemen en vruchten van hoornbloem en muur.
De volwassen rups is groen van kleur met iets contrasterende strepen.
De pop, die zich onder de grond bevind, overwintert soms meerdere keren.
Terug naar: