Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Dwergblauwtje

Cupido minimus
Blauwtjes

Deze zeer bedreigde vlinder staat op de rode lijst.
Hij was geheel uit het land verdwenen maar 2001 was het achtste
achtereenvolgende jaar dat er dwergblauwtjes werden gezien op de Pietersberg.
Ook in Maastricht komt de soort soms voor en in 2000
waren er ook meldingen uit Winterswijk.
Het is een zeer honkvaste soort die op vliegplaatsen zelfs talrijk kan zijn.
Graag vertoeven ze op natte plekken om te drinken.
De vliegtijd valt van eind april tot midden augustus.
Hij vliegt in één plus een gedeeltelijke tweede generatie.

De spanwijdte van de vleugels is ongeveer 20 mm
en daarmee is hij het kleinste blauwtje.
De bovenkant van de vleugels is bruin, bij het mannetje
is deze bij de wortel blauw bestoven.
De onderkant van de vleugels is lichtgrijs met kleine zwarte, witgeringde vlekken.
Het is het enige kleine blauwtje zonder oranje vlekjes op de onderkant.
De vlinder is zo klein dat hij amper met andere soorten verwisseld kan worden.

De eitjes worden één voor één afgezet aan de onderkant van bloemen van wondklaver.
Met enige oefening kunnen de kleine witte eitjes tussen de bloemen
en de kelkbladeren worden opgespoord.
De rups wordt tot 10 mm lang.
Zijn spoelvormig lijf is groenachtig grijs met vele donkere
roze-bruine tekentjes en een duidelijker bruine ruglijn.
Het is helemaal bezet met haartjes.
De groei van de rups vindt plaats tijdens de bloei van de waardplant,
dus vooral in de voorzomer.
Óf de volwassen rups overwintert weggedoken in het mos
óf de pop overwintert.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen