
De dubbelstipvoorjaarsuil komt voor in een groot deel
van Nederland, maar hij is nergens talrijk.
Hij vliegt van eind februari tot eind mei in één generatie.
Overdag zitten ze in rust tegen stammen.
Het is een variabele soort met een vleugellengte tot 44 mm.
De kleur van de voorvleugels varieert
van gruingeel tot roodachtig-bruin.
Wilgenkatjes leveren de vlinders voedsel
en vormen tevens de paringsplaats.
De eitjes worden in groepen afgezet.

De rupsen, die vooral in mei worden waargenomen,
leven met name op eik en wilg maar ook op andere loofbomen en struiken.
Ze zijn variabel in kleur en tekening.
De jonge rupsen zitten tussen samengesponnen bladeren;
volwassen rupsen zitten overdag op stammen waar ze proberen
een schuilplaats te vinden.
Op de boomstammen zijn goed gecamoufleerd.
De pop overwintert.
Terug naar: