Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Driehoekuil

Xestia triangulum
Uilen

De driehoekuil vliegt in één generatie in mei, juni en juli
maar is soms ook nog later aan te treffen.
Het is in heel het land een gewone soort in vooral bosachtige gebieden,
hoewel hij in de kleigebieden minder gewoon is of zelfs helemaal ontbreekt.

De spanwijdte loopt uiteen van 36 – 46 mm.
Soms heeft de vlinder heel lichte voorvleugels.
De achtervleugels hebben dezelfde kleur als de voorvleugels
of zijn zelfs iets donkerder.
Bij de goed gelijkende trapeziumuil is dat nooit zo.
Deze nachtvlinder bezoekt soms bloemen b.v. buddleja.

De rups is te zien vanaf september tot in de daaropvolgende meimaand.
Hij wordt tot 40 mm lang.
De halfwas rups overwintert.
Overdag is hij rustend aan te treffen in de kruidlaag,
’s nachts doet hij zich tegoed aan planten, bomen en struiken.
Het lijf is okerkleurig tot roodachtig bruin met onduidelijke dorsale lijn
en een paar flinke, zwarte wigachtige tekens in het subdorsale gebied
op de segmenten 10 en 11.
Ook heeft hij een dunne bleke balk met zwarte randen
dwars over segment 11 achter de wiggen.
De kop is bruin met donkere tekening.
De rups verpopt zich in een aardcocon.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Vlinders
Soortbeschrijvingen