
De donkere winteruil is te zien vanaf eind september
tot, na de winter, begin mei.
Hierbij is er één generatie.
Het is een zeldzame vlinder met slechts een paar
recente waarnemingen in het zuidoosten van het land.
De soort is niet makkelijk te herkennen.
De vorm van de vleugelpunt loopt in een puntje
en dit kan uitsluitsel geven.
De spanwijdte bedraagt 30 – 38 mm.
Graag bezoekt hij wilgenkatjes.
De rups is te ontdekken april tot juni.
Hij voedt zich eerst met loofbomen,
waarbij hij een voorkeur heeft voor sleedoorn,
later is hij te vinden op lage planten.
Terug naar: