
Het donker pimpernelblauwtje is uit Nederland verdwenen sinds 1977
en in 1990 geherintroduceerd in de 'Moerputten' bij den Bosch (vlinders uit Polen).
Deze zeer honkvaste vlinder is te vinden in vochtige, matig voedselrijke
beekdalgraslanden waar de grote pimpernel groeit.
Hij vliegt in één generatie van begin juli tot eind augustus.
In de vliegtijd is hij altijd in de buurt van
of op flinke exemplaren van grote pimpernel.
De spanwijdte varieert van 28 – 33 mm.
De bovenkant van de vleugels is bij het mannetje dof donkerblauw
met een sterke bruine bestuiving; zwarte vlekken zijn niet altijd aanwezig.
Het vrouwtje is bruin met weinig blauwe wortelbestuiving.
De onderkant van de vleugels is kaneelbruin met slechts
een enkele rij lichte vlekken langs de achterrand.
De kaneelbruine onderkant is het meest betrouwbare
kenmerk van deze vlinder.
De rups leeft in de eerste 3 stadia op grote pimpernel.
In het vierde stadium laat zij zich door werksters van de rode steekmier,
Myrmica rubra, in het nest dragen, overwintert daar
en leeft van mierenbroed en overig voedsel van mieren.
Terug naar: